Hoe verloopt een arbeidsdeskundig onderzoek? Dit kun je als werkgever verwachten
Een arbeidsdeskundig onderzoek brengt in kaart welk werk een werknemer met gezondheidsklachten nog kan doen. Maar hoe verloopt zo’n onderzoek precies? Welke stappen worden doorlopen en wat kun je als werkgever met de uitkomsten?
In deze blog nemen we je stap voor stap mee in het verloop van een arbeidsdeskundig onderzoek. Zo weet je wat je kunt verwachten en hoe je je als werkgever goed kunt voorbereiden.
1. De bedrijfsarts stelt een FML of IZP op
Voordat de arbeidsdeskundige het onderzoek uitvoert, brengt de bedrijfsarts de mogelijkheden en beperkingen van de werknemer voor werk in kaart. Bij Your Next Arbo stelt de bedrijfsarts hiervoor vooraf altijd een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) of een Inzetbaarheidsprofiel (IZP) op.
Deze informatie vormt het uitgangspunt voor het arbeidsdeskundig onderzoek. De arbeidsdeskundige gebruikt de vastgelegde mogelijkheden en beperkingen om te beoordelen in hoeverre de werknemer het eigen werk kan uitvoeren en welke andere werkzaamheden eventueel passend zijn. De bedrijfsarts is verantwoordelijk voor de medische beoordeling. De arbeidsdeskundige stelt geen medische diagnose, maar vertaalt de beschikbare informatie naar de praktische mogelijkheden binnen werk.
2. De arbeidsdeskundige bezoekt de locatie en de werkvloer
Bij Your Next Arbo vindt het arbeidsdeskundig onderzoek altijd fysiek op locatie plaats. De arbeidsdeskundige komt naar de organisatie en bezoekt ook de werkvloer. Zo ontstaat een beeld van de daadwerkelijke werkomgeving en de manier waarop het werk wordt uitgevoerd.
Tijdens het werkplekbezoek kijkt de arbeidsdeskundige onder andere naar:
· De werkzaamheden die bij de functie horen.
· De fysieke belasting, zoals tillen, lopen, staan of langdurig zitten.
· De werkhouding, werkplek en gebruikte hulpmiddelen.
· Het werktempo en de manier waarop werkzaamheden zijn georganiseerd.
· De mogelijkheden om taken, werktijden of de werkplek aan te passen.
Een functieomschrijving vertelt namelijk niet altijd het hele verhaal. De dagelijkse praktijk kan anders zijn dan op papier staat. Door de werkvloer daadwerkelijk te bezoeken, kan de arbeidsdeskundige de functie-eisen beter beoordelen en mogelijke aanpassingen concreter onderzoeken. Als werkgever is het daarom belangrijk dat de arbeidsdeskundige toegang krijgt tot de relevante werkplek en de werkzaamheden goed kan bekijken.
3. De arbeidsdeskundige spreekt met de werknemer en werkgever
Naast het werkplekbezoek voert de arbeidsdeskundige gesprekken met de betrokkenen. Zowel de ervaringen van de werknemer als de informatie van de werkgever zijn belangrijk voor een zorgvuldig onderzoek.
Het gesprek met de werknemer
De arbeidsdeskundige bespreekt hoe de werknemer het eigen werk ervaart, welke werkzaamheden nog lukken en waar knelpunten ontstaan. Ook is er ruimte om te bespreken welke aanpassingen mogelijk zouden kunnen helpen en hoe de werknemer aankijkt tegen terugkeer in het eigen werk.
Het gesprek met de werkgever
De werkgever of een vertegenwoordiger, bijvoorbeeld de leidinggevende of HR, geeft informatie over de functie, de organisatie en de mogelijkheden binnen het bedrijf. Daarbij komen ook eventuele alternatieve werkzaamheden en de praktische haalbaarheid van aanpassingen aan bod.
Door de gesprekken te combineren met het fysieke bezoek aan de werkvloer krijgt de arbeidsdeskundige een completer beeld van de situatie. De informatie uit gesprekken en documenten kan zo worden afgezet tegen de feitelijke werkomgeving.
4. De arbeidsdeskundige beoordeelt welk werk passend is
Na het verzamelen van de informatie en het voeren van de gesprekken vergelijkt de arbeidsdeskundige de mogelijkheden van de werknemer met de eisen van het werk. Daarbij worden doorgaans drie mogelijkheden onderzocht:
Het eigen werk
Kan de werknemer het eigen werk uitvoeren? De arbeidsdeskundige beoordeelt hoe de werkzaamheden zich verhouden tot de vastgestelde mogelijkheden van de werknemer.
Aangepast werk of ander werk binnen de organisatie
Als het eigen werk niet passend is, wordt onderzocht of aanpassingen mogelijk zijn of dat er andere passende werkzaamheden beschikbaar zijn binnen de organisatie. Daarbij gaat het om werk dat aansluit bij de mogelijkheden van de werknemer en daadwerkelijk uitvoerbaar is.
Re-integratie bij een andere werkgever
Als terugkeer binnen de eigen organisatie niet mogelijk blijkt, kan re-integratie bij een andere werkgever aan de orde komen (spoor 2). De arbeidsdeskundige beoordeelt de mogelijkheden en adviseert over passende vervolgstappen.
De uitkomst hangt af van de individuele situatie, de vastgestelde mogelijkheden van de werknemer en de omstandigheden binnen de organisatie.
5. De arbeidsdeskundige legt de bevindingen vast in een rapport
Na afloop van het onderzoek stelt de arbeidsdeskundige een rapport op. Hierin worden de bevindingen, de beoordeling van de functie en de conclusies over de mogelijkheden voor werkhervatting vastgelegd. Het rapport bevat doorgaans:
· Een beschrijving van de functie en de relevante werkzaamheden.
· Een beoordeling van de aansluiting tussen de mogelijkheden van de werknemer en de functie-eisen.
· De bevindingen over eventuele aanpassingen van het eigen werk.
· Een beoordeling van de mogelijkheden voor ander passend werk.
· Een onderbouwing van de conclusies en aanbevelingen voor het vervolg.
Neem als werkgever de tijd om het rapport zorgvuldig te lezen. Kijk niet alleen naar de eindconclusie, maar ook naar de onderbouwing. Die maakt duidelijk waarom bepaalde mogelijkheden wel of niet passend worden geacht. Zijn er vragen over het rapport of is een advies niet duidelijk? Bespreek dit dan met de arbeidsdeskundige.
6. Vertaal het advies naar concrete acties
Een arbeidsdeskundig onderzoek is geen eindpunt. Het rapport geeft richting aan de vervolgstappen, maar werkgever en werknemer moeten vervolgens bekijken hoe het advies in de praktijk wordt opgevolgd. Denk bijvoorbeeld aan:
· Het aanpassen van werkzaamheden of werktijden.
· Het aanbieden van ander passend werk.
· Het maken van afspraken over de opbouw van werkzaamheden.
· Het verder uitwerken van re-integratie bij een andere werkgever als dat aan de orde is (opstarten spoor 2 traject).
· Het vastleggen van afspraken en vervolgstappen in de re-integratie.
Bespreek wie welke actie oppakt en wanneer de voortgang wordt geëvalueerd. Houd daarbij rekening met eventuele veranderingen in de situatie van de werknemer. Als de mogelijkheden wijzigen, kan opnieuw overleg met de bedrijfsarts of arbeidsdeskundige nodig zijn. De werkgever blijft verantwoordelijk voor de re-integratie-inspanningen. Het arbeidsdeskundig rapport ondersteunt de besluitvorming, maar vervangt die verantwoordelijkheid niet.
Een arbeidsdeskundig onderzoek dat verder kijkt dan papier
Een goed arbeidsdeskundig onderzoek vraagt om meer dan het vergelijken van een functieomschrijving met de mogelijkheden van een werknemer. Juist door gesprekken te combineren met een fysiek bezoek aan de locatie en de werkvloer, ontstaat een beter beeld van de dagelijkse praktijk.
Your Next Arbo werkt samen met ervaren, gecertificeerde arbeidsdeskundigen. We vinden het belangrijk dat de bevindingen helder worden onderbouwd en dat het advies werkgevers en werknemers concrete aanknopingspunten biedt om verder te gaan met de re-integratie.
Wil je weten wat een arbeidsdeskundig onderzoek voor jouw organisatie kan betekenen? Neem dan contact op met Your Next Arbo.
FAQ - Veelgestelde vragen over het verloop van een arbeidsdeskundig onderzoek
Waarom stelt de bedrijfsarts vooraf een FML of IZP op?
De bedrijfsarts brengt hiermee de mogelijkheden en beperkingen van de werknemer voor werk in kaart. De arbeidsdeskundige gebruikt deze informatie als uitgangspunt om te beoordelen hoe de mogelijkheden aansluiten bij de eisen van het eigen werk en eventueel ander passend werk.
Komt de arbeidsdeskundige altijd op locatie?
Bij Your Next Arbo vindt het arbeidsdeskundig onderzoek altijd fysiek op locatie plaats. De arbeidsdeskundige bezoekt ook de werkvloer om de werkzaamheden en werkomstandigheden in de praktijk te beoordelen.
Moet ik als werkgever informatie aanleveren?
Ja. De arbeidsdeskundige heeft informatie nodig over de functie, de werkzaamheden en de mogelijkheden binnen de organisatie. Door deze informatie tijdig beschikbaar te stellen en de werkvloer toegankelijk te maken, help je mee aan een zorgvuldig onderzoek.
Wat gebeurt er als de eigen functie niet passend blijkt?
Dan wordt onderzocht of de functie kan worden aangepast of dat er ander passend werk beschikbaar is binnen de organisatie. Als re-integratie binnen de eigen organisatie niet mogelijk blijkt, kan worden gekeken naar mogelijkheden bij een andere werkgever (spoor 2).










