Spoor 1 en spoor 2: wat is het verschil en wanneer zet je welk spoor in?
Wanneer een werknemer langdurig ziek is, krijgt een werkgever te maken met re-integratie spoor 1 en spoor 2. Maar wat is precies het verschil tussen deze twee sporen? Wanneer richt je je op spoor 1 en wanneer komt spoor 2 in beeld? En kunnen beide sporen tegelijkertijd lopen?
Voor werkgevers is het belangrijk om deze verschillen goed te begrijpen. Een juiste aanpak helpt niet alleen om aan de verplichtingen rondom de Wet verbetering poortwachter te voldoen, maar vooral om de werknemer zo goed mogelijk te begeleiden naar duurzame werkhervatting.
In deze blog leggen we het verschil tussen spoor 1 en spoor 2 duidelijk uit.
Wat is spoor 1?
Spoor 1 richt zich op re-integratie binnen de eigen organisatie. Wanneer een werknemer door ziekte niet meer volledig kan werken, wordt eerst onderzocht welke mogelijkheden er zijn om binnen de huidige werkgever weer aan het werk te gaan. Dat kan op verschillende manieren.
De werknemer kan bijvoorbeeld terugkeren in de eigen functie, eventueel met aanpassingen. Als dat niet mogelijk is, kan worden gekeken naar ander passend werk binnen de organisatie.
Bij spoor 1 kan bijvoorbeeld worden onderzocht of:
· de eigen werkzaamheden kunnen worden aangepast;
· de werknemer minder uren kan werken;
· taken anders kunnen worden verdeeld;
· de werkplek kan worden aangepast;
· ander passend werk beschikbaar is;
· een andere functie binnen de organisatie mogelijk is.
Het uitgangspunt is steeds dat wordt gezocht naar werk dat aansluit bij de mogelijkheden en belastbaarheid van de werknemer.
Wat is spoor 2?
Spoor 2 richt zich op re-integratie buiten de eigen organisatie. Wanneer blijkt dat er geen of onvoldoende perspectief is op structurele werkhervatting bij de huidige werkgever, worden de mogelijkheden op de externe arbeidsmarkt onderzocht.
Het doel van spoor 2 is om de werknemer te begeleiden naar passend en duurzaam werk bij een andere werkgever. Daarbij wordt onder andere gekeken naar opleiding, werkervaring, kwaliteiten, interesses en de mogelijkheden en belastbaarheid van de werknemer. Vervolgens wordt onderzocht welk type werk en welke functies passend kunnen zijn.
Een spoor 2 traject kan bijvoorbeeld bestaan uit:
· loopbaanoriëntatie;
· het opstellen van een realistisch zoekprofiel;
· onderzoek naar passende functies;
· arbeidsmarktoriëntatie;
· sollicitatiebegeleiding;
· ondersteuning bij het maken van een cv;
· voorbereiding op sollicitatiegesprekken;
· het benaderen van potentiële werkgevers;
· begeleiding richting een duurzame werkhervatting.
Het belangrijkste verschil tussen spoor 1 en spoor 2
Het verschil is eigenlijk eenvoudig samen te vatten:
Spoor 1 = re-integratie binnen de eigen organisatie.
Spoor 2 = re-integratie buiten de eigen organisatie.
Bij spoor 1 wordt gezocht naar mogelijkheden bij de huidige werkgever. Bij spoor 2 wordt gekeken naar mogelijkheden bij andere werkgevers. Maar in de praktijk is de situatie minder zwart-wit.
Het starten van spoor 2 betekent namelijk niet automatisch dat spoor 1 stopt.
Kan spoor 1 naast spoor 2 lopen?
Ja, Spoor 1 en spoor 2 kunnen naast elkaar lopen. Dat is een belangrijk onderdeel van een goede re-integratie.
Wanneer een tweede-spoortraject wordt gestart, betekent dit niet dat alle mogelijkheden binnen de huidige organisatie ineens niet meer relevant zijn. De situatie van een werknemer kan veranderen en ook binnen een organisatie kunnen nieuwe mogelijkheden ontstaan. Denk bijvoorbeeld aan een functie die beschikbaar komt, een aanpassing van werkzaamheden of een verbetering van de belastbaarheid van de werknemer. Daarom blijven werkgever en werknemer kijken naar de mogelijkheden voor werkhervatting binnen de organisatie, terwijl tegelijkertijd buiten de organisatie naar passend werk kan worden gezocht.
UWV benadrukt dat werkgever en werknemer de mogelijkheden voor werkhervatting moeten blijven onderzoeken wanneer de omstandigheden veranderen.
Waarom wordt eerst naar spoor 1 gekeken?
De re-integratie begint in principe binnen de eigen organisatie. Dat is logisch. De werknemer kent de organisatie, de werkzaamheden en de werkomgeving al. Wanneer terugkeer mogelijk is, kan dat vaak een goede en duurzame oplossing zijn.
Maar terugkeer in de eigen functie is niet het enige doel van spoor 1. Wanneer de oorspronkelijke functie door de beperkingen niet meer passend is, moet worden gekeken of ander passend werk binnen de organisatie mogelijk is. Het kan bijvoorbeeld gaan om een andere functie, aangepast werk of een combinatie van werkzaamheden.
Daarom is de vraag bij spoor 1 niet alleen:
“Kan de werknemer zijn oude functie weer uitvoeren?”
Maar vooral:
“Zijn er binnen onze organisatie mogelijkheden voor duurzame werkhervatting die passen bij deze werknemer?”
Wanneer komt spoor 2 in beeld?
Spoor 2 komt in beeld wanneer er onvoldoende perspectief is op structurele werkhervatting binnen de eigen organisatie. Dat kan al eerder duidelijk worden, maar de eerstejaarsevaluatie rond de 52e ziekteweek is een belangrijk moment om dit opnieuw te beoordelen.
Als er geen zicht is op structurele werkhervatting binnen de eigen organisatie, moet een adequaat tweede-spoortraject worden gestart. Volgens de UWV-Werkwijzer moet dit uiterlijk binnen zes weken na de eerstejaarsevaluatie gebeuren.
Het is dus niet juist om te zeggen dat spoor 2 standaard pas na één jaar ziekte begint.
Wanneer eerder duidelijk is dat terugkeer binnen de organisatie niet haalbaar is, kan spoor 2 eerder worden ingezet.
De rol van de bedrijfsarts
De bedrijfsarts speelt een belangrijke rol bij zowel spoor 1 als spoor 2. De bedrijfsarts beoordeelt de medische belastbaarheid van de werknemer en adviseert over de mogelijkheden voor werk en re-integratie. Daarbij kan de bedrijfsarts bijvoorbeeld aangeven welke werkzaamheden of omstandigheden mogelijk zijn en met welke beperkingen rekening moet worden gehouden.
De bedrijfsarts kijkt echter niet naar de beschikbaarheid van functies binnen de organisatie. Dat is een andere beoordeling. Ook beslist de bedrijfsarts niet zelfstandig dat een werknemer “naar spoor 2 moet”. De werkgever en werknemer zijn samen verantwoordelijk voor de re-integratie. Het advies van de bedrijfsarts vormt belangrijke input voor de keuzes die vervolgens worden gemaakt.
De rol van de arbeidsdeskundige
Een arbeidsdeskundige kijkt vervolgens naar de mogelijkheden van de werknemer in relatie tot werk.
Bijvoorbeeld:
· Kan de werknemer de eigen functie nog uitvoeren?
· Kan deze functie worden aangepast?
· Is er ander passend werk binnen de organisatie?
· Is er voldoende perspectief op duurzame werkhervatting binnen spoor 1?
Een arbeidsdeskundig onderzoek kan daarom helpen om het verschil tussen wat medisch mogelijk is en wat praktisch binnen het werk mogelijk is goed in kaart te brengen. Wanneer blijkt dat er onvoldoende perspectief is binnen de eigen organisatie, kan een arbeidsdeskundige adviseren om spoor 2 in te zetten. Een arbeidsdeskundig onderzoek is echter niet in iedere situatie een verplichte voorwaarde voordat spoor 2 kan starten.
Spoor 1 of spoor 2: wie bepaalt welk spoor nodig is?
Er is niet één persoon die zelfstandig bepaalt welk spoor wordt gevolgd. De werkgever en werknemer zijn samen verantwoordelijk voor de re-integratie. Daarbij kunnen verschillende deskundigen adviseren.
De bedrijfsarts geeft advies over de medische belastbaarheid en mogelijkheden. Een arbeidsdeskundige kan de mogelijkheden binnen het werk en de organisatie beoordelen. Een gespecialiseerd re-integratiebedrijf kan vervolgens ondersteuning bieden bij de uitvoering van spoor 2.
Het gaat uiteindelijk om het totaalbeeld:
Wat kan de werknemer, welk werk is passend en waar is realistisch perspectief op duurzame werkhervatting?
Wat gebeurt er als spoor 1 niet lukt?
Wanneer terugkeer in de eigen functie niet mogelijk is, betekent dat niet automatisch dat spoor 1 stopt. Er wordt eerst gekeken naar andere mogelijkheden binnen de organisatie.
Pas wanneer blijkt dat ook ander passend werk binnen de organisatie geen reëel perspectief biedt, komt spoor 2 nadrukkelijk in beeld. Dat kan betekenen dat spoor 1 en spoor 2 tijdelijk naast elkaar lopen. Op die manier wordt voorkomen dat een mogelijke oplossing binnen de eigen organisatie te snel wordt losgelaten, terwijl tegelijkertijd geen kostbare tijd verloren gaat met het onderzoeken van mogelijkheden buiten de organisatie.
Wanneer kan de focus volledig op spoor 2 komen te liggen?
Wanneer zorgvuldig is vastgesteld dat er geen reële mogelijkheden meer zijn voor structurele werkhervatting binnen de eigen organisatie, komt de nadruk steeds meer op spoor 2 te liggen.
De begeleiding richt zich dan op de externe arbeidsmarkt. De werknemer wordt geholpen om te bepalen welk werk passend is en welke werkgevers mogelijk interessant zijn.
Toch is het belangrijk om ook dan alert te blijven op veranderingen. Ontstaat er binnen de organisatie alsnog een passende mogelijkheid? Of verandert de belastbaarheid van de werknemer? Dan moet opnieuw worden gekeken of spoor 1 mogelijkheden biedt.
Waarom is het verschil tussen spoor 1 en spoor 2 belangrijk?
Het verschil tussen de twee sporen is niet alleen belangrijk voor de administratie van het re-integratiedossier. Het bepaalt ook waar de werkgever en werknemer hun inspanningen op richten.
Bij spoor 1 ligt de focus op:
“Hoe kunnen we deze werknemer binnen onze organisatie weer duurzaam aan het werk krijgen?”
Bij spoor 2 wordt de vraag:
“Waar kan deze werknemer buiten onze organisatie duurzaam en passend aan het werk?”
Door deze vragen duidelijk van elkaar te onderscheiden, ontstaat meer richting in het re-integratietraject.
Wat als een werkgever alleen op spoor 1 blijft inzetten?
Wanneer er onvoldoende perspectief is binnen de eigen organisatie, kan het risico ontstaan dat te lang wordt vastgehouden aan spoor 1. Dat kan betekenen dat waardevolle tijd verloren gaat.
Wanneer spoor 2 aan de orde is, moet dit traject tijdig en adequaat worden opgepakt. Een onvoldoende uitvoering van de re-integratie kan uiteindelijk gevolgen hebben bij de beoordeling door UWV. In bepaalde situaties kan een loonsanctie worden opgelegd.
Daarom is het belangrijk om niet alleen te kijken naar de vraag of er misschien nog een mogelijkheid binnen de organisatie is, maar vooral of er daadwerkelijk reëel en duurzaam perspectief bestaat.
Een goede re-integratie kijkt naar beide kanten
Een werknemer die langdurig ziek is, heeft uiteindelijk maar één doel: weer duurzaam aan het werk komen. Dat kan bij de huidige werkgever zijn, maar soms ook bij een andere organisatie.
Daarom zien wij spoor 1 en spoor 2 niet als twee volledig losstaande trajecten. Het zijn twee routes die kunnen bijdragen aan hetzelfde doel: duurzame werkhervatting in passend werk.
Bij YOUR NEXT ARBO kijken we daarom niet alleen naar de formele verplichtingen rondom re-integratie. We kijken vooral naar de mogelijkheden van de werknemer en naar concrete kansen op de arbeidsmarkt.
Wanneer spoor 2 wordt ingezet, krijgt iedere werknemer bij ons één vaste coach. Deze begeleidt het traject van begin tot eind en helpt bij het onderzoeken van mogelijkheden, het ontwikkelen van een realistisch zoekprofiel en het zetten van concrete stappen richting werk. Waar mogelijk verbinden we werknemers bovendien rechtstreeks met werkgevers uit ons netwerk. Zo wordt spoor 2 niet alleen een traject op papier, maar een actieve zoektocht naar een nieuwe werkplek.
FAQ - Veelgestelde vragen over spoor 1 en spoor 2
Wat is het verschil tussen spoor 1 en spoor 2?
Spoor 1 richt zich op re-integratie binnen de eigen organisatie. Spoor 2 richt zich op re-integratie bij een andere werkgever. Bij spoor 1 wordt gekeken naar de eigen functie, aangepast werk en ander passend werk binnen de organisatie. Bij spoor 2 wordt onderzocht welke mogelijkheden er buiten de organisatie zijn.
Wanneer gaat een werknemer van spoor 1 naar spoor 2?
Wanneer er onvoldoende perspectief is op structurele werkhervatting binnen de eigen organisatie, komt spoor 2 in beeld. Een werkgever hoeft daarbij niet altijd te wachten tot één jaar ziekte. Als eerder duidelijk is dat spoor 1 geen reëel perspectief biedt, kan spoor 2 eerder worden ingezet.
Kunnen spoor 1 en spoor 2 tegelijkertijd lopen?
Ja. Spoor 1 en spoor 2 kunnen naast elkaar worden uitgevoerd. Ook wanneer spoor 2 is gestart, moeten werkgever en werknemer alert blijven op eventuele nieuwe mogelijkheden binnen de eigen organisatie.
Stopt spoor 1 zodra spoor 2 begint?
Nee, niet automatisch. Het starten van spoor 2 betekent niet dat alle mogelijkheden binnen de eigen organisatie worden losgelaten. Wanneer de situatie verandert of er nieuwe mogelijkheden ontstaan, moet opnieuw naar spoor 1 worden gekeken.
Wanneer stopt spoor 1?
Spoor 1 kan naar de achtergrond verdwijnen wanneer er geen reële mogelijkheden meer zijn voor structurele werkhervatting binnen de eigen organisatie. De focus kan dan op spoor 2 komen te liggen. Bij veranderingen in de situatie moeten de mogelijkheden binnen de organisatie opnieuw worden beoordeeld.
Wat doet de bedrijfsarts bij spoor 1 en spoor 2?
De bedrijfsarts beoordeelt de medische belastbaarheid van de werknemer en adviseert over de mogelijkheden voor werk en re-integratie. De bedrijfsarts beslist niet zelfstandig of spoor 2 wordt ingezet.
Is een arbeidsdeskundig onderzoek verplicht voor spoor 2?
Niet altijd. Een arbeidsdeskundig onderzoek kan helpen om de mogelijkheden binnen spoor 1 te beoordelen en kan aanleiding geven om spoor 2 te adviseren. Het is echter niet in iedere situatie een verplichte voorwaarde om met spoor 2 te beginnen.
Wie is verantwoordelijk voor de re-integratie?
Werkgever en werknemer zijn samen verantwoordelijk voor de re-integratie. Zij kunnen daarbij worden ondersteund door bijvoorbeeld de bedrijfsarts, arbeidsdeskundige en een gespecialiseerd re-integratiebedrijf zoals YOUR NEXT ARBO.
Waarom is spoor 2 belangrijk als spoor 1 nog loopt?
Door spoor 2 tijdig te starten, kan de werknemer alvast mogelijkheden buiten de organisatie onderzoeken. Daarmee wordt voorkomen dat kostbare tijd verloren gaat wanneer uiteindelijk blijkt dat werkhervatting binnen de eigen organisatie niet haalbaar is.
Kan een werknemer terug naar spoor 1 nadat spoor 2 is gestart?
Ja. Als de situatie verandert en er binnen de eigen organisatie opnieuw een passende mogelijkheid ontstaat, moet deze mogelijkheid worden onderzocht. De start van spoor 2 sluit een toekomstige hervatting binnen spoor 1 dus niet automatisch uit.
Wat gebeurt er als een werkgever spoor 2 niet op tijd inzet?
Een werkgever kan daarmee risico lopen bij de beoordeling van de re-integratie-inspanningen door UWV. Als UWV vindt dat onvoldoende aan de re-integratie is gedaan, kan onder omstandigheden een loonsanctie worden opgelegd. Een te late start leidt overigens niet automatisch tot een loonsanctie; UWV beoordeelt het volledige dossier en de omstandigheden.
Hulp nodig bij spoor 2?
Twijfel je als werkgever of spoor 2 moet worden ingezet? Of is spoor 2 inmiddels gestart en zoek je een ervaren partij voor de begeleiding?
YOUR NEXT ARBO begeleidt werkgevers en werknemers gedurende het volledige spoor 2 traject. Met één vaste coach, persoonlijke begeleiding en een actieve benadering van de arbeidsmarkt werken we gericht aan concrete vervolgstappen richting passend en duurzaam werk.
Ook werkgevers die bij een andere arbodienst zijn aangesloten, kunnen gebruikmaken van onze spoor 2 begeleiding.
Meer weten? Neem vrijblijvend contact met ons op.










